Voorwoord

 

Onderstaande vertaling is lang niet duidelijk genoeg. De komende tijd zal ik proberen e.e.a. zo helder mogelijk uit te leggen. Vooral ook hoe je dat in de praktijk doet. De oefeningen dus.

Ondertussen kun je altijd contact met mij opnemen en zal ik proberen je te helpen. Ik vind het belangrijk dat deze kennis blijft voortleven.

 

De Yoga Sutra's van Patanjali

 

De sutra's zijn geschreven in sanskriet.

 

Sanskriet is de oudste levende Indo-Europese taal. Bijna alle europese talen komen eruit voort. Grammaticaal gezien heeft Sanskriet veel overeenkomsten met de Romaanse talen en het Grieks, maar qua woordenschat heeft het meer overeenkomsten met de Germaanse talen.

 

De sutra's werden mondeling doorgegeven en zijn pas later op schrift gesteld door Patanjali. Ze leggen kort en bondig uit hoe yoga werkt en beoefend kan worden. De tekst is een praktische handleiding.

Woorden in het sanskriet kunnen door de lange geschiedenis van de taal vele betekenissen hebben. Daardoor hebben commentatoren een gekleurde filosofische uitleg aan de sutra's gegeven. Door goed te kijken naar de oorspronkelijke betekenis van een aantal woorden wordt veel duidelijker wat er gezegd wordt. Hebben wij even geluk dat het nederlands veel sanskriet woorden kent!

 

Patanjali heeft de tekst in hoofdstukken ingedeeld en daar namen aan gegeven. Naar mijn idee vormen hoofdstuk 1 en 4 één geheel. Hetzelfde geld voor hoofdstuk 2 en 3.

We hebben dus eigenlijk te maken met twee teksten die beide uitleggen hoe yoga werkt. Ze gebruiken daarvoor verschillende woorden. De teksten vullen elkaar aan en verduidelijken elkaar. Hoofdstuk 1 en 4 voelen voor mij het meest oorspronkelijk en direct. Hieronder mijn interpretatie gebaseerd op persoonlijke ervaring.

 

Eerste Hoofdstuk : Samadhi Pada

 

De weg van opgaan in

 

Zoals je volledig kunt opgaan in een spannend boek. Er dringt niets meer van buiten tot je door. Je weet zelf niet eens meer dat je leest. Je bent het verhaal of de hoofdpersoon.

 

Eerst de theorie

 

1. Atha Yoganusasanam

Hier een uiteenzetting over één zijn

 

Yoga, Juk, als je twee buffels onder een juk brengt kun je ermee ploegen alsof het één buffel is.

 

2. Yogas citta-vritti-nirodhah

Éénwording ( Zelfrealisatie ) dwing je af door de geheugen kronkels niet te beroeren

 

Citta, Citty/Site, zitten, verblijfplaats

Vritti, wratje, kronkel

Nirodhah, niet roteren, ratelen

 

Citta voel je boven je hoofd. Het is de plek waar “je een lichtje opgaat”, waar je naar kijkt als je ergens niet op kunt komen, waar je zegt: “Heer help mij ik weet het niet meer”.

Het is je geheugen en jij drukt steeds op knopjes (wratjes, samskaras, karma) die het activeert, waardoor er gedachten in je hoofd en gevoelens in je lichaam tevoorschijn komen.

 

3. Tada drashtuh svarupe vasthanam

 

Dan is de ziener gevestigd in zichzelf

 

4. Vrtti-sarupyam itaratra

 

Anders zijn er zichzelf herhalende gedachten

 

5. Vrttayah pancatayyah klishtaklishtah

 

Van die gedachten bestaan vijf soorten pijnlijk of niet pijnlijk

 

6. Pramana-viparyaya-vikalpa-nidra-smrtayah

 

Juiste kennis, onjuiste kennis, verbeelding, slaap, geheugen

 

7. Pratyaksanumanagamah Pramanani

 

Juiste kennis is direct inzicht of een gevolgtrekking of een getuigenis

 

8. Viparyayo mithya jnanam atad rupa pratishtham

 

Onjuiste kennis is een foutief begrip omtrent iets waarvan de ware vorm niet

overeenstemt met zo’n verkeerde opvatting

 

9. Sabda-jnananupati vastu sunyo vikalpah

 

Verbeelding is een plaatje dat opgeroepen wordt door woorden zonder enige substantie (om het te schragen)

 

10. Abhava-pratyayalambana vrttir nidra

 

Slaap is die wijziging van het denkvermogen, die gebaseerd is op de afwezigheid van

elke inhoud

 

11. Anubhuta-vishayasampramosha smritih

 

Herinnering is niet toelaten dat iets dat men ervaren heeft, verdwijnt

 

12. Abhyasa-vairagyabhyam tan-nirodhah

 

Je niet laten afleiden en ongehechtheid dat stopt de beroering

 

13. Tatra sthitau yatno’bhyasah

 

Van die (twee) vergt het inspanning om sterk te worden in het je niet laten afleiden

(Abhyasa)

 

14. Sa tu dirgha-kala-nairantarya-satkarasevito drdha bhumih

 

Deze raakt stevig gefundeerd (mits) lange tijd voortgezet zonder onderbreking en met eerbiedige toewijding

 

15. Drshtanusravika-vishaya-vitrshnasya vastkara-samjna vairagyam

 

Het besef van volmaakte beheersing (over begeerten) in iemand die heeft

opgehouden te dorsten naar objecten, zowel zichtbare als onzichtbare, is

Vairagya, ongehechtheid

 

16. Tat param purusha-khyater gunavaitrshnyam

 

Dat is de uiteindelijke Vairagya (ongehechtheid) waarin, dank zij het zich

bewust (gewaar) zijn van Purusha (het Zelf / de Ziener), ook de geringste begeerte naar de Guna’s ophoudt.

 

Alles wat we waarnemen is opgebouwd uit drie trillingen of neigingen of toestanden.

Rajas = uitzetting (doen), Tamas = inkrimping (inertie), Sattva = evenwicht (waarneming)

 

Dan de techniek met gevoel, Samadhi fysiek

 

17. Vitarka-vicaranandasmitanugamat samprajnatah (samprajnatah samadhi)

 

Vitarka, Vicara, Ananda en Asmita gaan vergezeld met een gevoel

 

Vitarka = het doel zien – schoonheid

zeggen en verbeelding

 

Vicara = het wiel zien – vreugde

dwingend zeggen

 

Ananda = aaneen – liefde

denken

 

Asmita = naadloos – vrede

de essentie horen

 

18. Virama-pratyayabhyasa-purvah samskarasesho’nyah

 

Het laten vallen van het gevoel na voorafgaande bewustzijnsinhoud vasthouden oefening is de andere (asamprajnatah samadhi)

 

19. Bhava-pratyayo videha-prakritilayanam

 

Door geboorte is men geestelijk dan wel praktisch ingesteld

 

Dan kun je van nature makkelijk vrij komen van je gedachten

 

20. Sraddha-virya smrti samadhi prajnapurvaka Itaresham

 

Bij anderen wordt het voorafgegaan door geloof en vertrouwen, energie, een goed geheugen, en een hoge graad van intelligentie, die nodig zijn voor Samadhi

 

21. Tivra-samveganam asannah

 

Het is zeer dicht bij hen wier verlangen intens sterk is

 

22. Mrdu-madhyadhimatratvat tato ‘pi viseshah

 

Er is ook verschil omdat het mild, middelmatig of intens kan zijn

 

Nu de praktijk

 

23. Isvara pranidhanad va

 

Door zichzelf te plaatsen in Isvara

 

24. Klesa-karma-vipakasayair aparamrshtah purusha-visesha Isvarah

 

Isvara is een bijzondere Purusha, onberoerd door de bezoekingen des levens, de

handelingen en de gevolgen en de indrukken teweeggebracht door deze

handelingen

 

25. Tatra niratisayam sarvajna bijam

 

Daarin is onovertroffen het zaad van alwetendheid

 

26. Sa purvesham api guruh kalenanavacchedat

 

Daar Hij niet geconditioneerd is door de tijd, is Hij de leraar, zelfs van de

Ouden

 

27. Tasya vacakah pranavah

 

Zijn aanduider is “Om”, “Aum”, “Ohm”

 

28. Tajjapas tad artha bhavanam

 

De voortdurende herhaling en realisatie van de essentie

 

29. Tatah pratyak-cetanadhigamo 'pi antaraya bhavas ca

 

Hieruit (volgt) het verdwijnen van de beletselen en het naar binnen wenden van

het bewustzijn

 

Problemen en oplossingen

 

30. Vyadhi-styana-samsaya-ramadalasya-virati-bhranti

darsanalabdhabhumikatvanavasthitatvani cittavikshepas te 'ntarayah

 

Ziekte, loomheid, twijfel, onachtzaamheid, luiheid, wereldsgezindheid,

begoocheling, onvermogen om vaste voet te verkrijgen, onstandvastigheid, dit

negental veroorzaakt de verwarring van het denken en dat zijn de

belemmeringen

 

31. Dukha daumanasyangamejayatva svasa-prasvasa vikshepa sahabhuvah

 

(Mentale) pijn, wanhoop, nervositeit en zware ademhaling zijn de symptomen

van een denken dat in een verstrooide toestand is

 

32. Tat pratishedharthartam eka tattvabhyasah

 

Dat is te beteugelen door het voortdurend beoefenen van één waarheid of beginsel

 

33. Maitri-karuna-muditopeksanam sukha-duhkha-punyapunya vishayanam bhavanatas citta-prasa-danam

 

Het geheugen wordt helder door een houding aan te nemen van vriendelijkheid, mededogen en blijheid. En door onverschilligheid ten aanzien van geluk, ellende, deugd en verdorvenheid

 

34. Pracchardana-vidharanabhyam va pranasya

 

Of door uitstromen en vasthouden van de subtiele levensenergie

 

Pranayama (zie Hatha Yoga Pradipika)

 

35. Visayavati va pravrttir utpanna manasah sthiti nibhandhani

 

Ook de aandacht richten op de zintuigen helpt bij het standvastig maken van het denkvermogen

 

36. Visoka va jyotishmati

 

En eveneens door innerlijk ervaren toestanden van kalmte of verlichting

 

37. Vita-raga-vishayam va cittam

 

En ook het denkvermogen vast gericht houden op diegenen die vrij van

gehechtheid zijn

 

38. Svapna-nidra-jnanalambanam va

 

Ook kennis ontleend aan dromen of slapen

 

39. Yathabhimata dhyanad va

 

Of desverlangd door meditatie

 

40. Paramanu parama mahattvanto ‘sya vasikarah

 

Zijn meesterschap reikt van het allerkleinste atoom tot de wijdste oneindigheid

 

41. Kshina-vrtter abhijatasyeva maner grahitr grahana grahyeshu tatstha-tadanjanata samapattih

 

In iemand waar het denken bijna stopt, wordt de kenner als een doorschijnende edelsteen gekleurd door het grijpen en het gegrepene

 

Nu de techniek zuiver zonder gevoel, samadhi mentaal

 

42. Tatra sabdartha-jnana-vikalpaih samkirna savitarka

 

In savitarka zijn het gevoel, de gedachte en verbeelding dooreengemend

 

43. Smrti-parisuddhau svarupa-sunyevarthamatra-nirbhasa nirvitarka

 

In nirvitarka wordt het geheugen helder daarin verschijnt de gedachte in zijn eigen lege (gevoelloze) vorm

 

44. Etayaiva savicara nirvicara ca sukshmavishaya vyakhyata

 

Hiermee zijn savicara, nirvicara en de ijlere stadia ook uiteengezet

 

45. Sukshma-vishayatvam calinga-paryavasanam

 

De ijlere stadia strekken zich uit tot het alinga (zonder teken/taal, de essentie, cittavritti)

 

46. Ta eva sabijah samadhih

 

Deze vormen slechts samadhi met “zaad” (ofwel je zegt, denkt, hoort de Ohm)

 

47. Nirvicara vaisaradye ‘dhyatma-prasadah

 

Nirvicara goed beoefenen laat jezelf sereen (de gedachte zien zonder afleiding)

 

48. Rtambhara tatra prajna

 

Daar begin je de waarheid te zien (nirananda)

 

49. Srutanumana-prajnabhyam anya-vishaya visesharthatvat

 

Vanuit het onverdeelde bewustzijn (gericht op) het ene gehoorde woord (ontstaat) een andere inhoud, de speciale essentie (nirasmita)

 

50. Taj-jah samskaro 'nya-samskara-pratibandhi

 

De indruk daardoor teweeggebracht staat andere indrukken in de weg

 

51. Tasyapi nirodhe sarva-nirodhan nirbijah samadhih

 

Bij het stilleggen ook daarvan, wordt dankzij het stilleggen van alle

(modificaties van het denkapparaat) “Samadhi Zonder Zaad” bereikt

 

Je ziet de citta-vritti, nu de laatste stap

 

 

Vierde Hoofdstuk : Kaivalya Pada

 

De Overgang

 

1. Janmaushadhi Mantra Tapah Samadhijah Siddhayah

 

Het zienerschap komt voort uit geboorte, verdovende

middelen, mantra’s, strenge leefwijze, samadhi

 

2. Jaty Antara Parinamah Prakrty Apurat

 

Dat andere boven de naam vloeit van nature

 

3. Nimittam Aprayojakam Prakrttnam Varanabhedas Tu Tatah Kshetrikavat

 

Niet door iets te doen, maar door de belemmering weg te halen vindt het op natuurlijke wijze plaats

 

4. Nirmana Cittany Asmita Matrat

 

In Asmita houdt je zonder te denken het geheugen (knopje, wratje) vast

 

5. Pravrtti Bhede Prayojakam Cittam Ekam Anekesham

 

Door het geheugen op één uit vele verschillende activiteiten te richten

 

6. Tatra Dhyanajam Anasayam

 

Daarvan wordt uit meditatie geen indruk geboren

 

7. Karmasuklakrshnam Yoginas Tri Vidham Itaresham

 

Karma’s zijn noch wit, noch zwart (noch goed, noch slecht) waar het Yogi’s

betreft, waar het anderen betreft zijn ze van drieërlei aard.

 

8. Tatas Tad Vipakanugunanam Evabhivyaktir Vasanam

 

Van hieruit worden slechts die tendensen gemanifesteerd, waarvoor de condities

gunstig zijn.

 

9. Jati Desa Kala Vyavahitanam Apy Anantaryam Smrti Samskarayor

Ekarupatvat

 

Zelfs als er scheiding is door rang of stand, plaats en tijd, is er de verhouding

van oorzaak en gevolg omdat de herinnering en de indrukken eender van vorm

zijn.

 

10. Tasam Anaditvam Casisho Nityatvat

 

En daar is geen begin ervan, (want er is) de begeerte om eeuwig te leven.

 

11. Hetu Phalasrayalambanaih Samgrhitatvad Esham Abhave Tad Abhavah

 

Daar ze samengebonden zijn als oorzaak-gevolg, substraat-object, verdwijnen ze

(de gevolgen; namelijk de Vasana’s) bij het verdwijnen van hun oorzaak

(namelijk Avidya).

 

12. Atitanagatam Svarupato ‘Sty Adhva Bhedad Dharmanam

 

Verleden en toekomst bestaan in hun eigen (ware) vorm. Het verschil van de

Dharma’s, of eigenschappen bestaat wegens het verschil in paden.

 

13. Te Vyakta Sukshmah Gunatmanah

 

Of ze manifest of niet-manifest zijn, ze zijn van de aard van de Guna’s.

 

14. Parinamaikatvad Vastu Tattvam

 

De essentie van het object is gelegen in het unieke van de transformatie (nl. van

de Guna’s).

 

15. Vastu Samye Citta Bhedat Tayor Vibhaktah Panthah

 

Daar het object hetzelfde is, is het verschil tussen de twee (het object en de

kennisname van het object) te wijten aan het verschil van pad (van de

denkvermogens).

 

16. Na Caika Citta Tantram Vastu Tad Apramanakam Tada Kim Syat

 

Ook hangt een object niet af van één denkvermogen; wat zou ervan worden, als

het niet door dat denkvermogen werd gekend?

 

17. Tad Uparagapekshitvac Cittasya Vastu Jnata Jnatam

 

Doordat het denken gekleurd of niet gekleurd wordt door het object, is het object

bekend of niet bekend.

 

18. Sada Jnatas Citta Vrttayas Tat Prabhoh Purusha Syaparinamitvat

 

De wijzigingen van het denkvermogen zijn zijn heer altijd bekend, wegens de

onveranderlijkheid van Purusha.

 

19. Na Tat Svabhasam Drsyatvat

 

Ook is het niet zichzelf-verlichtend, want het is waarneembaar.

 

20. Eka Samaye Cobhayanavadharanam

 

Bovendien is het onmogelijk dat het beide tegelijk is (waarnemer en het

waargenomene).

 

21. Cittantara Drsye Buddhi Buddher Atiprasangah Smrti Samkaras Ca

 

Als kennisname van het ene denkvermogen door het andere (wordt

verondersteld), zouden we ook moeten aannemen het vermogen tot kennen door

kenvermogens en ook verwarring van herinneringen.

 

22. Citer Apratisamkramayas Tad Akarapattau Sva Buddhi Samvedanam

 

Door zelfkennis verkrijgt men kennis van de eigen aard, als het bewustzijn die

vorm aanneemt, waarin het niet van de ene plaats naar de andere gaat.

 

23. Drashtrdrsyoparaktam Cittam Sarvartham

 

Het door de Kenner (d.w.z. de Purusha) gekleurde denkvermogen en het

Gekende is allesomvattend.

 

24. Tad Asamkhyeya Vasanabhis Citram Api Parartham Samhatya Karitvat

 

Ofschoon zeer gevarieerd door ontelbaar vele Vasana’s, handelt (het

denkvermogen) voor een ander (namelijk Purusha) want het handelt in

gemeenschap.

 

25. Visesha Darsina Atma Bhava Bhavana Vinivrttih

 

Het ophouden (van iemand’s begeerte) om te toeven in het Atmisch bewustzijn,

omdat hij het onderscheid heeft gezien.

 

26. Tada Hi Viveka Nimnam Kaivalya Pragbharam Cittam

 

Dan, is het denkvermogen geneigd onderscheid te maken en koers te zetten naar

Kaivalya.

 

27. Tac Chidreshu Pratyayantarani Samskarebhyah

 

In de tussenpozen ontstaan andere Pratyaya’s door de kracht van de Samskara’s.

 

28. Hanam Esham Kleshavad Uktam

 

Het verwijderen van deze (Pratyaya’s) evenals dat van de Klesha’s, geschiedt

zoals reeds is beschreven.

 

29. Prasamkhyane ‘Py Akusidasya Sarvatha Viveka Khyater Dharma Meghah

Samadhih

 

In het geval van iemand, die in staat is een ononderbroken toestand van

Vairagya te handhaven, zelfs tot de verhevenste staat van verlichting, en de

verhevenste soort van onderscheidingsvermogen te beoefenen, volgt Dharma-

Megha-Samadhi.

 

30. Tatah Klesa Karma Nivrttih

 

Dan volgt het vrij zijn van Klesha’s en Karma’s.

 

31. Tada Sarvavarana Malapetasya Jnanasyanantyaj Jneyam Alpam

 

Tengevolge van het zich ontdoen van alle verduistering en verontreiniging

(onzuiverheden) is dan dat wat gekend kan worden (namelijk door het

denkvermogen) slechts weinig in vergelijking met de oneindigheid van het

weten (verkregen door de Verlichting).

 

32. Tatah Krtarthanam Parinama Krama Samaptir Gunanam

 

Als de drie Guna’s hun doel bereikt hebben, komt het proces van veranderingen

(in de Guna’s) tot een eind.

 

33. Kshana Pratiyogi Parinamaparanta Nirgrahyah Kramah

 

Kramah is het proces, dat overeenkomt met momenten die grijpbaar en

begrijpbaar worden op het allerlaatste eind van de transformatie (van de

Guna’s).

 

34. Purushartha Sunyanam Gunanam Pratiprasavah Kaivalyam Svarupa

Pratishtha Va Citi Sakter Iti

 

Kaivalya is de staat (van Verlichting) volgend op het wegvallen van de Guna’s,

doordat deze losgemaakt worden van het doel van Purusha. In deze staat is

Purusha gevestigd (gezeteld) in zijn Ware aard, en deze is Louter Bewustzijn.

Einde.